Reactie op brief Jan van den Biggelaar

donderdag 6 november 2008

Ingezonden brief

 

Is de gemeenteraad wel de baas?

 

door Jan van den Biggelaar. donderdag 06 november 2008 | 02:46 | Laatst bijgewerkt op: donderdag 06 november 2008 | 08:57

 

Op 4 november eindigde de raadsvergadering over het vaststellen van de begroting met een motie van afkeuring tegen het college van burgemeester en wethouders.

 

De strekking van de motie was dat het college te weinig informatie verstrekt aan de raad om het raadswerk naar behoren te vervullen. Een motie die puur was gericht op communicatie en omgang tussen raad en college, en zich in de Eindhovense situatie doortrekt in de omgang tussen oppositie en een als blok ervaren coalitie. Een motie die ook als je haar niet steunt de aandacht moet krijgen die zij verdient.

 

Sinds de invoering van het dualisme zijn de verhoudingen tussen raad en college verscherpt. De raad als hoogste orgaan (de baas) stelt de kaders vast, geeft de grote lijnen aan die burgemeester en wethouders als ingehuurde deskundigen moeten uitvoeren, daarbij geholpen door een uitgebreid ambtelijk apparaat met weer eigen vakdeskundigheid. Het college krijgt in dit model meer eigenstandige bevoegdheden en de raad heeft een kaderstellende taak en controlerende taak over al die deskundigen.

 

Het raadslid als volksvertegenwoordiger wordt door de burger zelden aangesproken op zijn of haar kaderstellende taak. Wel worden raadsleden aangesproken op de uitvoering van beslissingen die de burger raken. In deze spagaat ontstaat een automatisme bij veel raadsleden om ook de uitvoering in detail te volgen. Daarop immers word je als volksvertegenwoordiger aangesproken. Ik zie raadsleden in Eindhoven zich vastbijten in hun controlerende taak; uit verontrusting of door signalen uit de stad. De raad als baas begint vanuit die positie steeds meer te vragen aan het college. Vergelijk je deze rol met 'bazen' in andere organisaties, dan zie je juist de beweging om meer te delegeren en vooral eigen verantwoordelijkheid te stimuleren. De raad als 45-koppig monster kan niet eenduidig optreden als een baas die motiveert en eigen verantwoordelijkheid stimuleert. Het college zal die ruimte dus niet altijd krijgen en de raad zal vaker terugvallen in de mechanismen van steun uit de coalitie en scherpere controle uit de oppositie. Dit is een gegeven waarmee een college en ook deskundige ambtenaren op hun eigen terrein meer rekening moeten houden. Het zou voor raadsleden ook een reden moeten zijn om niet te pas en te onpas te roepen dat de raad de baas zijn.

 

Burgemeester en wethouders dienen zich op hun beurt deze positie van de raad te realiseren. Zij zullen zich dus niet te vaak mogen beroepen op de kaders die hen formeel zijn gegeven. Het vraagt een politieke antenne die hen stimuleert de raad meer en beter te informeren op die punten waar de raad beter wil controleren of mee wil kunnen praten over keuzes. Ik merk op dat deze antenne in het begin van deze periode beter afgestemd was dan in de huidige situatie.

 

Als fractielid van de PvdA stemde ik tegen de motie van afkeuring. Als voorzitter van het presidium wil ik door een andere bril kijken naar dezelfde motie. Dan heeft deze motie alleen verliezers: de constructieve oppositie die ervaart dat ze haar werk niet goed kan doen; een coalitie die terecht of onterecht wordt aangesproken als een groot machtsblok; het college dat zich gestraft voelt en vooral wordt aangesproken op informatie die het niet geeft.

 

Wil je van de verliezers weer winnaars maken, dan mag je niet volstaan met het idee dat de motie van afkeuring niet is aangenomen en dus van tafel is. Ieder zal zich tegen deze achtergronden nog eens op de eigen rol moeten bezinnen. Dit vraagt anders geformuleerd niet om een motie van afkeuring maar om een motie van bezinning van meerdere partijen 

 

Reactie door Mary-Ann Schreurs

 

Jan van de Biggelaar heeft in het ED een constructieve reactie gegeven op de motie van afkeuring die tegen het College is ingediend. Als voorzitter van het Presidium stelt hij dat het aanleiding geeft tot bezinning. Daarin heeft hij gelijk. Maar hij concentreert zich vooral op informatievoorziening en de relatie tussen College en Raad. En in alle eerlijkheid is dat niet het belangrijkste. Het gaat om de relatie tussen het gemeentebestuur en de mensen in de stad.

 

Onze taak, als Raad en College is om onze burgers in de gelegenheid te stellen hun leven te leiden. Nu en in de toekomst. Van die burgers hebben we die opdracht gekregen. Helaas is de gemeente een organisatie die in plaats van de ander centraal te stellen, buiten dus,vooral naar binnen kijkt. Uiteindelijk krijgt de eigen interne manier van doen altijd weer prioriteit. Dat heeft niets met de op zich competente en goedwillende mensen van de organisatie te maken, maar met het systeem. Dat systeem leidt ertoe dat de Raad al moeite heeft om te krijgen wat zij nodig heeft als aanhangsel binnen dat systeem. Dus wat denkt u wat dat betekent voor alles wat buiten het systeem zit. Juist. Dat hangt helemaal aan de achterste mem. En dat is natuurlijk fnuikend om twee redenen. Ten eerste zijn we voor "buiten" bedoeld, zoals al gezegd, dus we doen niet primair waar we voor bedoeld zijn. Ten tweede, maakt het "buiten" echt uit in het leven van mensen. Het maakt uit in je leven als je jarenlang moet wachten op informatie en beslissingen uit het zwarte gat dat de gemeente is over je leefomstandigheden, woning, organisatie of bedrijf. Je krijgt geen of moeizaam informatie over zaken die belangrijk zijn in je leven. Laat staan dat je betrokken wordt. Het maakt uit als je begonnen bent met iets op verzoek van de gemeente en het houdt "tijdelijk" op bij gebrek aan besef wat het buiten betekent, Tekenend is dat je vaak niet eens geinformeerd wordt dat er een probleem is.

 

Het systeem kent duizenden excuses. Te weinig menskracht; eerst overleg met Provincie, Rijk en Joost mag weten welke andere al dan niet officiele organen; mee laten liften met een andere ontwikkeling; wachten tot het totale plaatje rond is en we het over kunen dragen aan derden etc.etc. Maar vaak worden deze nog wel enigszins legitieme excuses, die natuurlijk nooit gecommuniceerd worden, want dan zou je je nog erop in kunnen stellen, aangevuld met gebrek aan interne samenwerking en focus. Vooral gebrek aan focus op waar je het voor doet, of liever gezegd voor wie. Terwijl dat zou leiden tot het besef dat buiten echt op je zit te wachten en dus dat zaken sneller afgewikkeld worden.

 

Laatst was ik bij een organisatie waar men mij vertelde dat ze bijna op de muur hadden geschreven: "Ondanks de medewerking van de Gemeente is het toch gelukt!".

 

Dat vat het wel mooi samen. Vol van goede intenties, maar het proces is een ramp en de uitkomst daardoor vaak slechter dan mogelijk zou zijn geweest.

 

Het hardwerkende College stond tijdens de begrotingsbehandeling niet zo open voor deze boodschap. Tunnelvisie. Misschien juist wel omdat ze zo hard werken.

 

Mary-Ann Schreurs, fractievoorzitter D66,

 





print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave


Agenda

RSS
 

D66's Verkiezingspoll

Hoe vaak zouden alle winkels open moeten kunnen op zondag?

Bekijk resultaten

 Eindhoven




Landelijk




Volg blog van

d66_logo.jpg